Home | Actueel | Gastenboek | GPS Fietsroutes | Volgende vergaderingen | Knelpunten | Links | Pluim ! | Artikelen Nieuwsbode | Malle Fratsen | Stekels | Gemiste kansen | Bordelogie | Inspraakreacties | Archief 1 | Archief 2 | Archief 3 | Archief 4 | Archief 5

Archief Nieuwsbode-artikelen 5

FietsParkeren                                                                          Nieuwsbode 18 04 00

 Zonovergoten zon- en feestdagen in Zeist kenmerken zich door een massaal gebruik van de fiets. Iedere fietser weet dat je snel, stil, schoon en probleemloos overal kunt komen met de eigen fiets. Op de plaats van het evenement of dat nu de jaarmarkt, het zondagswinkelen, de braderie of koninginnedag betreft kan de Zeistenaar zijn/haar fiets altijd kwijt.

Fietsstallingsvoorzieningen zijn vaak niet aanwezig, maar hek, muur en boom bieden direct een mooie plek.Vastzetten moet, gelet op de diefstalcijfers van fietsen in Nederland. Het zijn er bijna een miljoen per jaar die ongewild van eigenaar wisselen.

Dat kunnen wij als Fietsersbond niet tolereren, maar u als fietser zeker niet. Aangifte van diefstal wordt slechts mondjesmaat gedaan en ± 6% wordt bij de eigenaar teruggebracht. Vertrouwen in het opsporingsapparaat heeft men als fietser blijkbaar niet en dat klopt, want de jacht op gestolen fietsen heeft bij de politie geen (hoge) prioriteit.

 

Dan maar goed vastzetten met goedgekeurde dure sloten. Dat biedt weinig soelaas als je nonchalant de fiets vastzet en je slechts het voor- of achterwiel terugvindt.

Een goede stallingsvoorziening is dan onze grootste wens. Zo ook bij de gemeente voor Belcour. Staan daar de fietsen vooral bij V&D en aan het begin van de markt. Nu gaan wij allemaal de fiets stallen aan de klimrekken op de hoek van de 1e Hogeweg en de Meester de Klerkstraat. Niemand had er om gevraagd en dan staan deze grote buizenbogen er ineens. Of hebben de bogen nog nevenfuncties, niet direct herkenbaar, klimrek, buffer tegen winkelpui-rammers! Wij verzinnen het ter plekke! Over kunst valt niet te (rede)twisten. En gelet op de hoogbouw misstaan zij niet, robuust en groot als blikvanger voor........, maar met een kleine stallingscapaciteit? Een FietsParKeur-merk zit er niet op, wel vandaalbestendig, maar de fietser heeft twee sloten nodig om zijn fiets veilig te stallen en dat kan toch veel beter.

Met meer overleg tussen gemeente en belanghebbenden had een keuze gemaakt kunnen worden voor een eleganter ontwerp als "het nietje in roestvaststaal" of "de tulip". De stichting FietsParKeur te Nieuwegein heeft een keur van gekeurde fietsstallingsvoorzieningen.

Ook de NS maakt daar al gebruik van en heeft nieuwe rekken geplaatst aan de Zeister zijde van het station, speciaal geschikt voor dikke bandenfietsen.

Qua capaciteit een verbetering, maar structureel nog te weinig.

Voor beide locaties geldt, dat de capaciteit niet op de juiste plek wordt aangeboden; maar daar is neergezet omdat er ruimte beschikbaar was. Een verkeerd uitgangspunt. Kennis van deze materie is macht en die wordt in de komende tijd via symposia in ruime mate aangeboden. Met name in juni op het wereldcongres Vélo Mondial ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van de Fietsersbond. Naast het congresprogramma wordt er op de openingsdag, maandag 19 juni, een seminar over fietsparkeren aangeboden met een onderdeel praktijk. Hier kan men zijn krachten uitleven op goedgekeurde en veelgebruikte rekken, waarvoor zagen en betonscharen gereed liggen. Ook wordt aandacht geschonken aan het beheer van bewaakte stallingen. Dat kan met zoveel aanbod van fietsen in Zeist en sinds de oplevering leegstaande winkelpanden ook op Belcour best een mooie bewaakte stalling opleveren. Dan zijn de klimrekken in het centrum niet meer nodig. Gemeente Zeist: deze oplossing heeft voor Zeist toch echt te weinig stijl!!

Wilt u meer informatie als gemeente en/of als fietser mail of schrijf de afdeling Zeist van de Fietsersbond. En wilt u, als gemeente de fietsvoorzieningen op waarde laten schatten, geef u dan op bij het landelijk bureau van de Fietsersbond voor de actie: “Doe de Fietsbalans”.

 

Frans Balfoort, Fietsersbond Zeist-Bunnik

 

 

De macht van de sterke en het recht van de zwakke                         Nieuwsbode 04 04 00

 

Laatst fietste ik op de Bergweg, richting Voorheuvel, even voor de inrit naar de parkeerplaats achter Kessler. Voor mij reed een meisje van een jaar of achttien. Ook zij reed kennelijk richting Voorheuvel.

Ze had één hand aan het stuur. In de andere hand droeg ze een plastic tas.

Achter ons kwam een auto, die rechtsaf het parkeerterrein wilde oprijden. Het overzicht is daar wat beperkt; er is een wegversmalling met stenen muurtjes aan beide kanten van de rijbaan.

De auto ging dus rechtsaf en kruiste het fietspad.

U begrijpt wat er gebeurde: het meisje begon te slingeren, probeerde nog te remmen, raakte nog net even het rechterachterspatbord van de auto en viel. De auto stopte. Hoewel het meisje klaagde over pijn aan haar been en nek en een beetje hoofdpijn, leek dit incidentje goed afgelopen, ook materieel.

De koplamp van de fiets was gesneuveld, de auto had wat krasjes en een deukje.

"Lieve kind, hier heb je een tientje voor een nieuwe koplamp; ik bel je vanavond om te horen hoe je je voelt". Je zou verwachten dat de man zo zou hebben gereageerd, maar nee.

Hij pakte een aanrijdings-formulier en begon dat omstandig in te vullen.

Bij "opmerkingen voertuig A " (hij dus) schreef hij: "was bezig parkeerplaats op te rijden; voldoende gelegenheid" Bij "opmerkingen voertuig B" (het meisje) : "wilde remmen, maar dit ging niet, draagtas in de hand, rem werkte niet". Het meisje in haar argeloosheid tekende het formulier en wilde gaan.

De man echter vond het nodig om de politie er bij te halen. Hoe wist hij anders zeker dat het meisje geen valse naam en adres had opgegeven ? De politie kwam, maakte proces verbaal op voor de verzekering maar gaf geen bekeuring. Einde verhaal.

 

Wat wil ik hiermee laten zien ?

De arrogantie van de sterke tegenover de zwakke. Niet allen de "sterke auto tegen de zwakke fiets", maar ook de arrogantie van een volwassen man tegen een argeloos meisje.

Natuurlijk was het meisje beschermd door de verkeersregel: "doorgaand verkeer heeft voorrang op afbuigend verkeer". Maar de man dacht aan zijn no-claim korting en aan zijn eigen risico van de all-risk verzekering. Waarom zou je dan niet je aansprakelijkheid proberen af te schuiven op een jong meisje ? Waarmee ik maar wil zeggen, dat goede verkeersregels niet voldoende zijn.

Er moet een omdraaiing plaatsvinden van de mentaliteit van éérst de auto, dan de fiets, vervolgens  de voetganger. Ik vind dat de bebouwde kom op de eerste plaats van de voetgangers is en vervolgens van de fietsers. Tenslotte mag de auto ook meedoen, mits stapvoets rijdend en voorrang gevend aan voetgangers en fietsers.

Overdreven? Misschien een beetje, maar waar 't om gaat is een andere manier van denken over verkeer in de bebouwde kom.

Ik hoop dat het gemeentebestuur vanuit deze andere manier van denken het nieuwe verkeer- en vervoerbeleid vorm zal geven.

 

Hans Goossens, Fietsersbond afd. Zeist-Bunnik 

 

 

Fietsenstallingen                                    Nieuwsbode 07 03 00

 

Drie weken geleden kondigde ik u de thema-avond van de Fietsersbond aan over nut en noodzaak van bewaakte fietsenstallingen in Zeist en Bunnik.

Hierover zou spreken de heer Dick Breetveld, directeur van U-Stal, een Utrechts bedrijf dat inmiddels 10 bewaakte fietsenstallingen in Utrecht en de regio exploiteert.

Deze thema-vergadering heeft inmiddels plaatsgevonden.

Omdat het een bijzondere avond was, waar belangwekkende dingen zijn gezegd, wil ik hiervan kort verslag doen. Het uitgebreide verslag zal worden opgenomen in het volgende nummer van de DYNAMO, het ledenblad van de afdeling Zeist en Bunnik.

Waarom die zo bijzonder was? Niet omdat de Zeister en Bunnikse raadsleden afwezig waren. Een aantal was verhinderd vanwege een extra commissievergadering.

Het bijzondere zat ’m in de aanwezigen.

De heer Breetveld had het initiatief genomen twee ingewijden mee te nemen, te weten:

Freric Veldkamp, die een adviesbureau heeft op het gebied van wonen en milieu en

Martin Vermeul, coördinator fietsenstallingen van de NS.

Drie sleutelfiguren die de moeite hadden genomen zich een avond te verdiepen in nut en noodzaak van bewaakte fietsen-stallingen in Zeist en Bunnik.

Alle drie hadden hun eigen, boeiend verhaal. Allereerst sprak Dick Breetveld over de succesformule van U-Stal: het aanbieden van veilige stallingen op centrale plaatsen, door de inzet van veelal langdurig werklozen. De formule heeft eigenlijk alleen maar voordelen en is een geslaagd voorbeeld van sociale vernieuwing: uitkeringsgelden worden benut om sociaal ondernemerschap op gang te brengen.

Inmiddels breidt U-Stal zijn producten uit: bij verschillende stallingen bevinden zich ook openbare toiletten en vindt er verhuring plaats van o.a. fietsen en wandelkarretjes.

De heer Veldkamp ging vervolgens in op de beleidsmatige aspecten van de diverse stallingen. Hij constateerde dat vooral grotere gemeenten steeds meer belang hechten aan veilige onderkomens voor fietsen. Er is op dit gebied de laatste jaren veel in ontwikkeling gekomen (weet u al wat fietsparkeur is? en trommels, kluizen, onbewaakte sleutelstallingen, mens-bewaakte stallingen?). Een toenemend aantal gemeenten ziet stallingsvoorzieningen niet meer als onbelangrijk sluitstuk, maar als een volwaardig onderdeel van een leefbare gemeente. Martin Vermeul sprak tenslotte over de vernieuwing van de fietsenstallingen bij de N.S.- stations in Zeist en Bunnik. De N.S. heeft de komende jaren ambitieuze plannen en veel geld beschikbaar voor de vernieuwing van de fietsenstallingen.

Van vitaal belang is daarbij de houding van het gemeentebestuur. Welke ambitie heeft die gemeente? Neemt zij het fietsgebruik serieus en wenst zij vooruitstrevend beleid te ontwikkelen, of beschouwt zij het fietsen als hobbyisme en richt zij zich liever op minder milieuvriendelijke alternatieven?

Wat mij vooral duidelijk werd, was dat er in Zeist (en Bunnik) enorme kansen zijn op het gebied van milieuvriendelijke en leefbare vervoer- en stallingswijzen.

Bewaakte fietsenstallingen zijn sleutels voor een succesvol verkeer- en vervoerbeleid.

U-Stal en de N.S. zijn bereid met de gemeenten Zeist en Bunnik te onderzoeken hoe en waar er veilige stallingen kunnen worden gerealiseerd.

Zeist en Bunnik zijn aan zet. Ik hoop dat de raadsleden dit ter harte nemen.

 

Siert de Vos

Fietsersbond afdeling Zeist-Bunnik

 

 

 BROMFIETSERS  EN  FIETSPADEN                Nieuwsbode 22 02 00

 

Een tijdje geleden is er een belangrijke wijziging geïntroduceerd met betrekking tot het gebruik van fietspaden door bromfietsers. Daar waar het mogelijk geacht wordt, moeten bromfietsers nu gebruik maken van de (auto-)rijweg i.p.v. het fietspad.

Nu deze nieuwe regeling een aantal weken van kracht is, is de afdeling Zeist-Bunnik van Fietsersbond ENFB geinteresseerd in de ervaringen van de inwoners van deze twee gemeentes met de nieuwe situaties die dit oplevert.

Is het bij fietspaden voldoende duidelijk of er nu wel of niet gebromd mag worden, is er eenduidigheid in de borden die gebruikt worden, werkt het in de praktijk ?

Is er in de nieuwe situatie sprake van een verbetering, of ontstaan er op sommige plaatsen nu weer nieuwe gevaarlijke situaties ?

Levert de nieuwe regeling werkelijk een grotere veiligheid op, of leidt het juist tot meer verwarring ? Dit zal waarschijnlijk van fietspad tot fietspad verschillen.

Elke nieuwe regeling brengt "kinderziektes" met zich mee, en daar willen we graag zicht op krijgen. Daarnaast moet na de introductie van dergelijke regelveranderingen de praktijk uitwijzen of zo'n regeling ook daadwerkelijk tot verbeteringen leidt.

 

We willen iedereen, met name fietsers (maar ook alle overige verkeersdeelnemers) langs deze weg vragen om hun bevindingen met deze nieuwe regeling aan ons toe te sturen.

Dat kan per post naar: Fietsersbond ENFB afd. Zeist-Bunnik, Antwoordnummer 7011, 3700 TA  Zeist (postzegel is niet nodig). Of per e-mail naar: enfbzeist@hetnet.nl

 

Als mocht blijken dat er op één of meerdere plaatsen duidelijk problemen ervaren worden,

dan zal de afdeling daar actie op ondernemen in de richting van de betrokken gemeente(s).

 

Namens Fietsersbond ENFB afd. Zeist-Bunnik, Frank Dirkse

 

 

 

Een nieuwe eeuw, een nieuw beleid ?                                             Nieuwsbode  11 01 00

 

De nieuwe eeuw is net begonnen. Namens Fietsersbond ENFB afdeling Zeist-Bunnik wil ik alle lezers graag een gelukkig nieuwjaar toewensen.

Ook in de nieuwe eeuw blijft onze doelstelling: voorrang voor vormen van vervoer die veilig zijn, weinig energie verbruiken en het milieu sparen; meer mogelijkheden voor fietsers (maar ook voor voetgangers en openbaar vervoer).

Een van de middelen om deze doelstelling binnen Zeist zoveel mogelijk gestalte te geven is onder andere de participatie in de klankbordgroep die, naast de gemeentelijke raadscommissie Verkeer en Vervoer bezig is om samen met een gespecialiseerd bureau het nieuwe Gemeentelijk Verkeers en Vervoer Plan (GVVP) te ontwikkelen.

Er zijn inmiddels een aantal bijeenkomsten geweest. Naast de fietsersbond-afdeling hebben o.a. ook belangengroepen van winkeliers, de voetgangersvereniging en de transportbranche zitting in deze klankbordgroep. Het zal duidelijk zijn dat er binnen deze klankbordgroep niet altijd het zelfde gedacht wordt over hoe het verkeersbeeld in Zeist er in de toekomst uit komt te zien. Voor de fietsersbond staat vooral de prioriteit voor de fiets en de leefbaarheid van Zeist voorop. Maar het lijkt erop dat de leefbaarheid binnen Zeist ook in de komende jaren onder druk komt te staan: het belang van de bereikbaarheid (per auto) van Zeist voor derden blijkt bij een aantal deelnemers zeer hoog in het vaandel te staan.

Natuurlijk hebben bijvoorbeeld winkeliers belang bij een zo groot mogelijke klandizie en moeten in Zeist gevestigde bedrijven goed bereikbaar blijven, maar niet ten koste van de leefbaarheid binnen de gemeente.

In de afgelopen jaren heeft de verblikking van Zeist een enorme vlucht genomen en zijn er tal van wijkcomités ontstaan, veelal als reactie op toenemende verkeer- en parkeeroverlast. Het lijkt dan ook een logische gedachte om de verkeersdruk binnen de gemeente te verminderen en daartoe steekhoudende maatregelen te nemen. Autoverkeer van met name buiten de gemeente zou zo veel mogelijk geweerd moeten worden en het verkeer dat van buiten komt zou zoveel mogelijk buiten de woongebieden zijn weg moeten vinden. Gedachten die geopperd zijn om bijvoorbeeld de Weteringlaan meer te gaan benutten voor de afwikkeling van het (doorgaand) verkeer, zijn wat ons betreft dan ook absoluut niet aanvaardbaar en eigenlijk ook uit de tijd.

Het nu te ontwikkelen GVVP biedt een uitgelezen kans om de oude leuze “ ruim baan voor de auto” die in vorige plannen, in de vorige eeuw, de boventoon voerde, een plaats in de geschiedenisboeken te geven en nu eens op een andere wijze naar verkeer en vervoer te kijken. Een wijze waarbij meer plaats is voor het (leef-) milieu en waarbij de rol van het (auto-)verkeer een meer ondergeschikte en geen allesbepalende rol heeft.

De vraag is echter of de gemeenteraad, die het plan uiteindelijk moet vaststellen, de moed heeft om de verkeerskoers werkelijk te wijzigen. Zeist heeft immers tot nu toe niet bepaald voorop gelopen waar het dergelijke beleidsveranderingen betreft.

 

Zeist is de nieuwe eeuw ingegaan met een nieuwe slogan: “de middenstip van Nederland”.

Maar als je iedereen maar onbeperkt het veld laat betreden wordt het daar aardig vol, valt er nauwelijks meer te spelen en zal de kwaliteit van het veld daar zwaar onder te lijden hebben.

Uiteindelijk is een afgetrapt knollenveld het resultaat: Zeist, het Amsterdam-ArenA-veld van Nederland. Dat lijkt me een weinig aantrekkelijk perspectief.

Willen we het groen, leefbaar en aantrekkelijk houden in Zeist, dan is een werkelijk daarop toegesneden beleid, waarbinnen frisse ideeën een plaats kunnen krijgen een vereiste.

Laat Zeist dit keer maar eens voorop gaan lopen, en laten zien dat het niet in de vorige eeuw is blijven hangen.

                                                 

Frank Dirkse, Fietsersbond ENFB afd. Zeist-Bunnik

 

Vreedzame coëxistentie op de sluipweg                                         Nieuwsbode 14 12 99

 Soms rijd ik in mijn auto en erger ik me aan fietsers, die zonder licht rijden of niet aangeven, dat ze van richting veranderen. Vaker fiets ik en erger ik me aan een automobi­list, die me rakelings en zonder vaart te minderen passeert op een smalle buitenweg. Kennelijk is het moeilijk je in te leven in de positie van de andere weggebruiker. Dat zou iedereen heel bewust moeten doen en bij rijopleidingen en verkeers­onderwijs zou daaraan veel aandacht moeten worden besteed.

 Deze zomer reed ik met een 55-plus-fietsgroep over een landelijke weg in de omgeving van Zeist. Rond halfvijf is daar veel sluip­verkeer. Het viel me op, dat er niet al te hard werd gereden. Er werd ook nauwe­lijks afgeremd. Ik maakte het gebaar van afremmen, want ik dacht aan de twintig ouderen achter mij. Eigenlijk merkte ik weinig reactie.

 Sluipverkeer is in veel plattelandsgebieden een probleem. Vaak wordt er erg hard gereden. Voor bewoners, voor woon-werkverkeer op de fiets en voor recreanten levert dat gevaar op. Als het uit de hand loopt en er slachtoffers vallen ontstaan actie­groepen, die afsluiting tijdens de spits eisen. Ook in onze regio zijn daar veel voorbeelden van.

 

Ik kan mij voorstellen, dat sommige mensen niet de conditie hebben om lekker te fietsen naar werk of station en te genie­ten van de natuur en op de terugweg de stress van de werkdag af te schudden. In tegendeel, ze blijven nog even doorstressen door de auto te gebruiken in het woon-werkverkeer. Dan wordt het moeilijk om je te realiseren, dat je een gast bent op die buitenweg. En hoe gedraag je je als gast? Dat hoeven wij u toch niet te vertellen!

 

Fietsersbond ENFB Afdeling Zeist-Bunnik, John Jorna

Laatste wijziging op: 17-05-2008 23:05