Home | Actueel | Gastenboek | GPS Fietsroutes | Volgende vergaderingen | Knelpunten | Links | Pluim ! | Artikelen Nieuwsbode | Malle Fratsen | Stekels | Gemiste kansen | Bordelogie | Inspraakreacties | Archief 1 | Archief 2 | Archief 3 | Archief 4 | Archief 5

 

Archief Nieuwsbode-artikelen 4

Fietsen in Den Dolder                                                  Nieuwsbode 03 10 00

 Dit keer in de Fietsersbond-column: de verkeersontwikkeling in Den Dolder. En er zijn nogal wat ontwikkelingen. Natuurlijk heeft Den Dolder alle kenmerken van een dorp, maar het is hard op weg om te verstedelijken. Hieronder een paar voorbeelden. Allereerst het centrum, de omgeving van het station. Sinds zo'n vijf jaar is het er veel drukker geworden. Veroorzaakt door o.a. de komst en later de nieuwbouw van Albert Heyn, door de nieuwe de ingang van het Remia-complex aan de Dolderseweg, door de activiteiten in en rond sporthal de Delta, en door het toegenomen treinverkeer. Verkeersopstoppingen zijn inmid­dels regel in Den Dolder. Vooral op zaterdag rond de winkels. Maar ook als de spoorbo­men langer dicht zijn en als er een kermis of een vlooienmarkt is rond de Delta. Boven­dien zal het in de nabije toekomst nog drukker worden als alle geplande nieuwbouw rond het winkelgebied is gerealiseerd. Wat al deze ontwikkelingen betekenen voor de fietser laat zich raden. Want vooral het autogebruik is gegroeid. En daarmee de parkeergelegenheid. De fietser komt steeds meer in het gedrang, want de fietsvoorzieningen zijn nauwelijks aangepast. Nog steeds houdt het fietspad langs de Dolderseweg uit zuidelijke richting ineens op bij de Egelantier en is het fietspad voorbij het spoor in een erbarmelijke staat. Uit noordelijke richting dan komt het gevaar vooral van rechts: eerst de Remia-ingang, dan de stationsfietsenstalling, dan de gevaarlijke oversteek van de Paduaweg en last but not least af en aan rijdende auto's naar de parkeervakken bij de winkels. Als je niet in het centrum hoeft te zijn is er als fietser geen lol aan. Maar je moet wel, als je aan de andere kant van het spoor of bij het station moet zijn.

Onze reis voert verder naar de Pleineslaan. De nieuwe kruising Dolderseweg-Pleineslaan is een gedrocht. Veel is er over te doen geweest. De kruising was onoverzichtelijk en het vrachtverkeer (voor o.a. Remia) kon er slecht draaien. Alle versies van de minirotonde  hebben de revue gepasseerd, maar niets was ruim genoeg om de voortdurende kolonne van vrachtwagens te kunnen laten passeren. Dus maar een ruime bocht met in het midden een baanscheiding. De situatie voor het vrachtverkeer is ermee verbeterd. Maar ­voor de fietser is de kruising ronduit gevaarlijk geworden. Van welke kant je ook komt: zodra je daar oversteekt verklaar je je vogelvrij. Bovendien moet je je letterlijk in alle bochten wringen als je via de aangegeven fietsoversteekplaatsen wilt oversteken. De ontwerpers moeten nog maar eens komen kijken. En neem dan vooral een fiets mee!

De Pleineslaan is breed genoeg maar nergens een fietspad te bekennen. Met alle winkels en inhammen geen overbodige luxe. En ook hier is nieuwbouw op komst.

Gelegen tussen de genoemde knelpunten hebben de Dolderse woonwijken vanouds een besloten karakter. Noord is de kern van het dorp waar het prima en veilig fietsen is. De zuidelijke woonstraten zijn drukker,  met ook meer geparkeerde au­to's. Vooral de Padua­weg en de Hezer Engweg worden­ daardoor wel heel erg smal.

Al met al wordt de fietser niet beter van al die plannenmakerij. Over hoe het dorpskarakter te lijden heeft onder de stadse ambities zullen we het maar niet hebben......

 

Peter Leermakers, afdeling Zeist/Bunnik van de Fietsersbond

 

 

Obstakel gevraagd!                                                  Nieuwsbode 05 09 00

 Ik woon aan een doodlopende straat, eigenlijk meer een woonerfachtig pleintje, vol spelende peuters. Volgens de wet en de wijkagent mag je er 50 km per uur rijden, en helaas zijn er altijd mensen die dat dan ook consequent doen. Praten helpt niet.

Een 30 kilometer zone zit er niet in, hebben ze me bij de gemeente uitgelegd. Dat kost teveel geld,  want alleen een bordje met 30 erop is verkeerstechnisch niet voldoende.

Daarom hebben we met wat buurtbewoners maar iets anders bedacht: een wegversmalling.

Mits breed genoeg en op de juiste plek kan die de verkeerssnelheid in de straat een flink eind omlaag brengen. Het schriftelijke verzoek aan de gemeente is door vrijwel alle bewoners ondertekend, ˇˇk door de mensen zonder kleine kinderen, en gek genoeg ˇˇk door de mensen die zich zo keurig aan de maximumsnelheid houden.

De ontvangstbevestiging is binnen, nu de toestemming nog. De financiŰn kunnen het probleem niet zijn, want om de kosten te drukken hebben diverse bewoners al aangeboden mee te helpen bij de aanleg.

Jammer genoeg maakt de gemeente nog geen haast met het nemen van een beslissing. En we zijn blijkbaar niet de enigen die op een antwoord wachten. "Lommerlust wil 30 km zone" meldde de Nieuwsbode onlangs op de voorpagina. Misschien wemelt het in Zeist wel van de straten en buurten die een aanvraag hebben ingediend  voor een drempel of een 30-km zone. Of dat de oorzaak is  van de lange wachttijd viel echter niet na te gaan wegens onbereikbaarheid (vakantie) van de betrokken ambtenaren.

Dus voorlopig wachten wij nog geduldig een reactie van de gemeente af. En voorlopig zijn het nog de ouders die dagelijks als obstakel dienen tussen de spelende kinderen en de aanstormende forensen die bang zijn dat hun eten koud wordt.

 

Liesbeth Jongkind,

fietsersbond Zeist

 

Normbesef                                                            Nieuwsbode 22 08 00

Vandaag wil ik het met u hebben over de nieuwe verkeersregels voor fietsers en bromfietsers. Om met de laatsten te beginnen. Bromfietsers, snorfietsers uitgezonderd, rijden sinds 1 januari binnen de bebouwde kom op de rijbaan, in plaats van op het vaak smalle fietspad. Zo krijgt de fietser meer ruimte en wordt de snelle brommer collega van de auto op de rijbaan. Gemeenten juichten de maatregel niet toe. Fietsers wel, omdat de snelheid tussen fietsers en brommers te ver uiteen ligt, vinden zeker rustige toerrijders het een verademing op menig druk fietspad geen confrontatie met de langssuizende brommer te hebben.

Bij de gemeenten overheerste de gedachte op welke wijze dit goedkoop vorm gegeven kon worden en op welke weggedeelten de bromfiets weer op het fietspad zou moeten, omdat dit buiten de bebouwde kom ligt of behoort tot doorgaande routes waarop 80 km/uur mag worden gereden. Aan de bebouwde komgrens van Zeist zijn nu mooie welkomstborden neergezet en net voordat u deze grens overgaat, Zeist uit of in, vindt u op menige locatie een Ĺdoorsteekjeĺnaar het fietspad. Voor de veiligheid van de bromfietser slingert deze zich van weg naar fietspad of omgekeerd en brengt daarbij zichzelf in gevaar, of de fietsers op het fietspad, dan wel de automobilisten op de rijbaan. Veel ruimte was er ook niet op de weg en waarschijnlijk ook niet in het budget. U kunt deze doorsteekjes bewonderen op de Jagersingel ter hoogte van de Stuifheuvel en op de Arnhemse Bovenweg tussen Breullaan en Oranje Nassaulaan. Soms is het slechts over een afstand van een paar honderd meter!! Ter plaatse is een schijnveiligheid voor alle weggebruikers gecreŰerd en heeft de gemeente een kans laten liggen om het ongebreideld hardrijden aan banden te leggen, door simpelweg de bebouwde komborden te verplaatsen in de richting van de Woudenbergseweg en deze op de Arnhemse Bovenweg aan te laten sluiten op de bebouwde kom van Driebergen.

Normloze oplossingen; wel creatief, maar niet het (fiets- en bromfiets)verkeer dienend. Met angst en beven wachten verkeersveiligheidsorganisaties de volgende maatregel af: de (her-)invoer van de voorrangsregel voor fietsers.

Per 1 mei 2001 krijgt de fiets de status van volwaardige verkeersdeelnemer en heeft deze weggebruiker, van rechts komend, voorrang op verkeer van links. Ook het snelverkeer dient voorrang aan de fiets te verlenen. Daar nu wringt de schoen: wij zijn zo verknocht en gewend aan de oude regel -snelverkeer vˇˇr langzaam verkeer-, dat veel verkeerskundigen grote problemen verwachten en veel ongelukken voorspellen.

Die zijn bij de BOR, bromfiets op de rijbaan, uitgebleven. Het kan toch niet zo zijn, dat wij nu onvoldoende normbesef hebben en een al te lang voortdurende scheve regelgeving uit de bezettingstijd ( ja inderdaad, de Duitsers wisten geen raad met al die fietsen en daardoor liepen de troepenverplaatsingen grote vertragingen op ) willen handhaven, omdat wij niet wensen te wennen aan de regel die in gans Europa gemeengoed is!

Gelukkig fietsen wij allemaal veel en vaak. Staat u pal voor de fiets en wilt u eindelijk voorrang van rechts op een veilige en volgens de verkeersnormen aangelegde kruising ? Geeft u zich dan op als lid en ondersteun ons werk.

Nog veel fietsplezier toegewenst in de komende tijd.

 

Frans Balfoort, Fietsersbond afd. Zeist-Bunnik

 

 

Fietsen een lust                                                               Nieuwsbode 08 08 00

 De Lustwaranderoute van de ANWB doet zijn naam eer aan. Een fietstocht van 61 kilometer in de omgeving van Zeist door een heerlijk oord, zoals De Dikke van Dale een Lustwarande omschrijft. Op een enkele uitzondering na rijdt u over keurige fietspa­den en verharde wegen. Alleen de Vossesteinsesteeg in de gemeente Doorn is een macadamweg met de nodige kuilen. De bewegwijze­ring is duidelijk en het kost geen moeite de route te volgen. Alleen in het drukke Leersum miste ik een kleine omweg langs de Uilentoren en de graftombe van Nellestein. Langs de route vind je veel banken en picknicktafels. Er was slechts een dubbele ergernis, vooral bij smalle fietspaden lastig: hier en daar hingen enorme brandnetels of distels over de gemaaide strook heen. Niet alleen hinderlijk voor blote lichaamsdelen maar ook een rotgezicht. Brandnetels duiden op overbemesting en zijn een teken van een ongezond milieu. Wegbeheerders, doe er iets aan.

Mijn kritiek geldt veel meer de toelichting bij de route in de ANWB/VVV Fietsgids Utrecht. Mede door de noodzakelijke be­knoptheid worden kansen gemist en zijn er fouten en onduide­lijkheden te constateren.

Eigenlijk moet je het ontstaan van de Lustwarande al minstens in de 17e eeuw laten beginnen, toen rijke lieden een riddergoed wensten om lid van de Utrechtse Staten te kunnen worden.  Maar de echte opkomst hing samen met de verharding van de straatweg in de 19e eeuw en de aanleg van de Rhijn­spoorweg in 1845, nog versterkt door de tramlijn naar Arnhem, aangelegd tussen 1882 en 1887. In dezelfde tijd werd de kunst­mest in gebruik genomen en waren de schapenmest en dus de schapen en vervolgens de heide niet meer nodig. Voor weinig geld was er grond te koop. De sporen van de oude 'potstalcultuur' zijn langs de route (Buurtweg) nog goed te zien: schaapskooien, bolle akkers en de 'driften' waarlangs de schapen naar de heide werden gedreven.