Home | Actueel | Gastenboek | GPS Fietsroutes | Volgende vergaderingen | Knelpunten | Links | Pluim ! | Artikelen Nieuwsbode | Malle Fratsen | Stekels | Gemiste kansen | Bordelogie | Inspraakreacties | Archief 1 | Archief 2 | Archief 3 | Archief 4 | Archief 5

Archief Nieuwsbode-artikelen 3

Assertief fietsen (3)                                                    Nieuwsbode 01 05 01

Veel reacties ontvingen wij op stukjes in deze column over assertief fietsen. Om recht te doen aan alle opmerkingen komen we hier nog kort op terug. Een mevrouw vond het antwoord op het schrijven van C.A. van Buuren kinderachtig. Mocht de reactie - zie assertief fietsen (2) - genoemde schrijver gekwetst hebben, dan was dat geenszins de bedoeling. In haar e-mail deelt mevrouw de mening van Van Buuren dat het gedrag van veel fietsers de spuigaten uitloopt. Ze schrijft:”Velen gedragen zich netjes, maar veel meer voelen zich boven de wet verheven. Kris kras zie je ze rijden. Op de stoep, tegen het verkeer, zonder licht en zonder handen. U kunt zelf ook nog wel wat bedenken”. Beide schrijvers eindigen met de suggestie dat de Fietsersbond dáár maar iets aan moet doen. Daar wringt de schoen: natuurlijk hebben wij ‘Fietsersbonders’ onze ogen niet in onze zak. Maar helaas hebben wij ook weinig mogelijkheden. Het is een onderdeel van een algeheel maatschappelijk probleem. Optreden tegen deze misstanden is een taak van de politie. We kunnen hooguit bijdragen aan meer bewustwording, en dat doen we dan ook. En weet ook, geachte schrijvers, dat fietsers die de regels aan hun laars lappen doorgaans geen lid zijn van de Fietsersbond. De ‘goeden’ moeten ook hier lijden onder de ‘kwaden’.

Nu een actueel onderwerp: vanaf 1 mei (vandaag dus) krijgen fietsers die van rechts komen op gelijkwaardige kruisingen weer voorrang. En ook hier zijn er bij velen de bekende twijfels, zoals blijkt uit een citaat onlangs in de Volkskrant: “Welja, lekker toegeven aan de fietsterreur. De gemiddelde grotestadsfietser neemt nu al vanaf links voorrang”. Ook in Zeist kennen we allemaal zulke situaties. Gelukkig is het probleem niet zo groot als hier wordt geschetst. Het geeft mij de gelegenheid om nog eens uit te leggen waar het allemaal om draait: om de veiligheid van vooral de fietser. Want al suggereert het eerste deel van deze column dat de fietser alle macht heeft, niets is minder waar. De maatregel is bedoeld om fietsers meer te laten beschouwen als volwaardige weggebruikers, vooral door automobilisten. Het is gebleken dat er minder ongelukken plaatsvinden als fietsers, voor de wet en voor medeweggebruikers, in een minder zwakke positie worden geplaatst. Verwacht wordt dat weggebruikers door deze nieuwe regel meer attent zullen zijn op elkaar. En er dus minder het recht van de sterkste zal heersen.

En dat brengt me tot slot op de, inmiddels danig vertroebelde, boodschap van mijn eerste stukje over assertief fietsen: geef de fietser in het belang van de veiligheid juist meer rechten, in plaats van minder.

 

Peter Leermakers, Fietsersbond afd. Zeist-Bunnik

 

 

Veegwagen                                                                         Nieuwsbode 17 04 01

 

Het grootste nadeel van een fiets is dat er geen dashboardkastje op zit. Geen dashboard ook trouwens, alleen zo'n tellertje dat veel meer kan dan je wilt en waarvan de gebruiksaanwijzing allang kwijt is zodat de klokfunctie het hele jaar door op wintertijd blijft staan. Maar het meest mis ik een afsluitbaar kastje waarin je bandenplak kunt bewaren.Als fietser stop je alles wat je onderweg nodig kunt hebben in een tas aan je fiets. Nadeel van dat soort aanhangsels is dat een ander ze er ook weer af kan halen als je even niet kijkt. Je moet dus óf steeds alles losmaken

en meeslepen, of willens en wetens het risico nemen dat een ander zijn lekke band plakt met solutie uit jouw zadeltasje. Dat dit gebeurt weet ik, want ik heb het zelf ook wel eens gedaan. Uit fietserssolidariteit heb ik er toen een gulden in teruggestopt en ik zou persoonlijk nooit het laatste

plakkertje nemen, maar toch, het hóórt niet. Mensen zoals ik, die de bandenplak altijd veilig thuis in de schuur hebben liggen, moeten maar zorgen dat ze om de scherven heen fietsen.

Dat lukt niet altijd. Laatst hoorde ik het al sissen op tien meter voorbij een midden op het fietspad stukgevallen colafles. Gelukkig was ik bijna ter bestemder plaatse. Aldaar een bezem geleend, teruggelopen, het (grind!)pad schoongeveegd en mijn reputatie als de Miep Kraak van Zeist-West voorgoed gevestigd want het was een drukke route. Bezem teruggebracht en direct door naar de fietsenmaker. "Het wordt lente, hè. Dan ligt er altijd veel meer glas op straat" beweerde die en zette een nieuwe binnen- en buiten(anti-lek-rijd)band om mijn voorwiel.

Zo kostte uw colafles mij zeventig piek. En voortaan moet er dus ook een bezem mee op de fiets. Alleen, waar láát ik die?

 

Liesbeth Jongkind, Fietsersbond afd. Zeist-Bunnik.

 

Wanneer ze hun favoriete model zien, begint het hart sneller te kloppen                       Nieuwsbode 03 04 01

 

Onlangs las ik in het tijdschrift ‘Geografie’ een artikel met als titel “De innige band tussen mens en auto”. Nu hebben fietsers vaak een haat-liefdeverhouding met de auto. Soms rijd je er zelf in, maar op de fiets heb je vaak last van de auto’s, vooral omdat het er zo veel zijn. Omdat het echt kan bijdragen aan de zelfkennis van de lezer citeer ik graag uit dit onthullende artikel:

De overheid denkt dat automobilisten met verstandelijke argumenten kunnen worden overgehaald hun auto te laten staan. Dat is een illusie. Als je autogebruik wilt verminderen, moet je eerst nagaan wat de betekenis van de auto is voor mensen.

De eerste auto’s waren speeltjes voor rijke lui. Dat is nog steeds het geval bij autoraces of puzzelritten. De auto is in staat vier elementaire behoeften te bevredigen. Het is volkomen geaccepteerd om je hoge inkomen, je mooie baan naar buiten te brengen met je glanzende car en zo je status te demonstreren. In de auto kunnen we macht uitoefenen over de machine.   Het is mogelijk dat mensen hun gebrek aan beheersing over het eigen leven compenseren in hun auto. De auto geeft een enorm gevoel van vrijheid, om te gaan en te staan waar we willen. In de auto kunnen we alleen zijn met onze favoriete muziek Rijden geeft ook een gevoel van spanning en opwinding. Geweldig hoe je die bocht neemt. Mensen willen leven met risico’s. In de auto kan iemand zijn behoefte aan status, macht, vrijheid en opwinding bevredigen.

De auto is niet alleen een vervoermiddel of een stuk speelgoed, maar ook een schild, dat veiligheid biedt. De auto is als een kledingstuk. Je kunt er mee laten zien wie of wat je bent. Voor veel mensen is de auto een dierbaar stuk bezit. Dan is het niet vreemd te constateren, dat veel mensen een emotionele band hebben met hun auto. We noemen dat autobinding. Soms krijgt de auto een eigen naam. Je praat er tegen. De auto wordt als het ware een persoon.

Deze relatie met de auto wordt al bepaald op kinderleeftijd. Kinderen spiegelen zich aan hun ouders en als jong volwassenen aan hun vrienden. Je moet dus de opvoeding aanpassen, wil je voorkomen, dat je kinderen later de auto te veel gaan gebruiken. Dat kan door elke keer bewust de keuze te maken voor de wijze van vervoer en dat je kinderen uit te leggen.

 

John Jorna, Fietsersbond Afdeling Zeist/Bunnik

 

 

Leefbaarheid en bereikbaarheid vechten in Zeist om de voorrang                           Nieuwsbode 20 03 01

 

“Samen Verkeren” is de naam voor de nieuwste versie van  het “Gemeentelijk Verkeer en VervoerPlan” en een   product  van de Zeister bestuurders.

U als inwoner van Zeist en lezer van de Nieuwsbode bent op de hoogte gesteld van de plannen voor het verkeer in de komende 10 jaar volgens de verwachting of de wens van de gemeentebestuurders. In de Nieuwsbode van 6 maart stond een uitgebreide “Van het Rond” in het teken van het verkeersplan.Een belangrijk gegeven in het plan is de zogenoemde hoofdstructuur en de daarbij behorende  wegen van de eerste orde. Daarover konden u en ik een mening formuleren en deze voor 16 maart naar de gemeente sturen.

De Fietsersbond heeft ook een mening: Er ontbreekt nogal wat aan het plan. Allereerst hinkt het plan op twee gedachten en maakt geen keuzes! Voor het eerst wordt in het plan gemeld dat leefbaarheid voorop staat. Edoch een bladzijde verder kiest men voor bereikbaarheid van  -??- en stuurt men het verkeer doodleuk door de woonwijken.Wat wil Zeist eigenlijk met dit plan? Of wil het gemeentebestuur van Zeist eigenlijk liever geen keuzes maken? Daar lijkt het op, want zodra een woonwijk zich sterk maakt voor leefbaarheid en rust in de wijk wreekt zich dat op het economisch verkeer in Zeist. Ondernemers vrezen dan voor hun bereikbaarheid en zien veel klanten niet meer komen, omdat het bedrijf ‘minder goed’ bereikbaar wordt. Vervolgens klagen veel bewoners aan zogenaamde wegen van de 2e orde dat het te druk wordt in de straat en staan er af en toe files op Utrechtseweg en Slotlaan. Er lijkt te worden ingezet op het weren van doorgaand verkeer. Maar met nieuwe aansluitingen op de A-28 en A-12 zal Zeist een niet te stuiten stroom sluipverkeer binnen de gemeentegrenzen halen. Fijn voor de bedrijven, maar niet voor de bewoners: de leefbaarheid en het woongenot gaan achteruit, vooral in Zeist-West.

Zeist ontwikkelt door, en groeit economisch gezien als kool. Het aantrekken van grote bedrijven met slogans als “Werken in het groen”  en “ Mooie locaties nabij snelwegen”  heeft er voor gezorgd dat op een beroepsbevolking van 24.000 er ruim 36.000 arbeidsplaatsen zijn. Dat veroorzaakt een dagelijkse stroom inkomend en uitgaand verkeer, nog aangedikt met ruim 10.000 forensen, die in Zeist wonen en elders werken. Werkgelegenheid genoeg en daardoor ook veel woon-werkverkeer en doorgaand verkeer dat misschien even in Zeist moet zijn. Maar Zeistenaren gebruiken het Zeister wegennet ook veelvuldig. Het autogebruik ligt in Zeist ± 20 % boven het landelijk gemiddelde. Ook de fiets wordt regelmatig voor een ritje gepakt,  maar gelet op de structuur van Zeist met mooie lanen, groengebieden en een maximale afstand tot het centrum van zo’n zes kilometer, is dat nog veel te weinig.

Naast het netwerk voor de auto zal veel meer geld gestopt moeten worden in een goed routenetwerk voor de fiets, dat samenhang vertoont, aantrekkelijk is aangelegd, niet uitsluitend langs autoroutes, met veilige oversteken, voorzien van een comfortabel en glad wegdek en direct leidend van herkomst naar bestemming.

Stallingsvoorzieningen in het centrum met bewaking en mooie “FietsParKeur” gekeurde voorzieningen in plaats van de lelijke bullbarbeugels op de hoek van de Meester de Klerkstraat. Dubbelgebruik kan; maar gemeente maak dan een keuze voor voertuigparkeergarages en weer het doorgaande verkeer uit woonwijken en het centrum. Verbeter het gebruik van het bestaande wegennet, pas compartimentering toe met inprikkers, in plaats van een “verlengde Schaerweijdelaan“ van Praxis tot ZAM. Houdt de natuurlijke as over de Utrechtseweg open en minimaliseer uitbreidingen en nieuwe ontwikkeling van bedrijfsterreinen. Méér van het zelfde leidt tot overdaad: “overdaad schaadt”.

Tot slot : sinds 1994 ligt een goed bruikbaar fietsrouteplan in de la van vergeten nota’s. Andere steden als Leiden en Den Haag hebben van deze kennis al dankbaar gebruik gemaakt. Nu is Zeist écht aan zet. Bewoners, laat uw stem horen en laat Zeist kiezen voor leefbaarheid en niet voor bereikbaarheid.

 

Frans Balfoort, Fietsersbond afd. Zeist-Bunnik

 

 

Assertiviteit contra macht                                                   Nieuwsbode 06 03 01 

 

In de Nieuwsbode van 6 februari doet Peter Leermakers de fietsers een aantal tips aan de hand waarmee zij zich assertief kunnen handhaven tegenover de macht van de sterkste in het verkeer: de automobilist. Peter heeft volkomen gelijk met zijn tips. Wie zich vaak met de fiets door Zeist beweegt ervaart aan den lijve de voorbeelden die Peter geeft van het machtsmisbruik: de auto’s die je toeterend voorbij rijden op een smal weggedeelte, die te hard en te gehaast rijden en die je snijden om een botsing met een tegenligger te vermijden.

In de Nieuwsbode van 13 februari geeft C. A. van Buuren een reactie op de tips van Peter.

Hij (of zij) gaat echter niet in op de argumenten van Peter, maar speelt de bal terug door te zeggen: “ Het zou de Fietsersbond sieren zich meer bezig te houden met het verbeteren van het fietsgedrag van vele fietsers”.

Een beetje flauw eigenlijk, meneer of mevrouw van Buuren! Feitelijk zegt u: “Als jullie fietsers nu eens leren je netjes te gedragen, dan zal ik, automobilist, eens kijken of ik wat meer rekening met jullie kan houden”. Wat dat betreft is de reactie van mevrouw Heybroek in de Nieuwsbode van 15 februari veel aardiger en ook juister. Zij merkt ondermeer op dat er ook automobilisten zijn die stoppen als hoogbejaarde voetgangers willen oversteken op een plaats waar geen zebra is. Maar ook dat er fietsers zijn die tijdig hun hand uitsteken als ze willen afslaan, zodat je als automobilist daar rekening mee kunt houden. Mevrouw Heybroek eindigt met deze wijze uitspraak: ” En altijd geldt, ook in het verkeer: houdt rekening met elkaar, want je bent niet alleen op de wereld”.

Nog even terug naar meneer (of mevrouw) C.A. van Buuren. Wat Peter Leermakers assertief fietsgedrag noemt (positief), noemt C.A. van Buuren aanmatigend fietsgedrag (negatief).

Twee verschillende dingen dus. Peter legt dit heel duidelijk uit in zijn reactie in de Nieuwsbode van 20 februari. De Fietsersbond propageert assertief fietsgedrag, maar wijst aanmatigend fietsgedrag af. Misschien dat C.A. van Buuren de rubriek in de Nieuwsbode niet altijd even goed leest. In mijn artikel van 14 november j.l. heb ik geschreven over de “harde en zachte mobiliteit”. Daarin zeg ik ondermeer :”Automobilisten mogen dan vaak een mentaliteit van het recht van de sterkste demonstreren, fietsers willen zich nog wel eens als vrijbuiters door het verkeer bewegen, tot ergernis en schrik van overige verkeersdeelnemers”.

Uiteindelijk gaat hem om een verkeersmentaliteit waarbij harde en zachte mobiliteit over en weer en onderling rekening houden met elkaar.

Ik nodig C.A. van Buuren graag eens uit om samen met mij door Zeist te rijden. Nee, niet op de fiets, maar in de auto. Waarom ? Om eens te ervaren hoe het voelt als een auto bijna op je achterbumper zit om je op te jagen tot een hogere snelheid en die, als het niet lukt, je links passeert, of zelfs rechts over het fietspad. Tot slot: mevrouw Heybroek zou een waardig lid van onze bond zijn, en C.A. van Buuren zou het misschien kunnen worden.

 

Hans Goossens, Fietsersbond afd. Zeist-Bunnik.

 

 

Assertief fietsen (2)                                                       Nieuwsbode 20 02 01

 

C.A. van Buuren schrijft in de Nieuwsbode van 13 februari, als reactie op de Fietsersbond-column 'tips voor assertief fietsen', over het irritant en soms onveilig rijgedrag van vele fietsers. De schrijver somt een hele serie, al dan niet wettelijk toegestane, overtredingen op. Dit vraagt om nadere uitleg over wat de Fietsersbond ziet als assertief (positief) en agressief of aanmatigend (negatief) fietsen. Over de voorbeelden van aanmatigend fietsgedrag die de schrijver noemt kunnen we kort zijn: ook de Fietsersbond wijst deze af. Sterker nog: op tal van manieren voeren wij campagne tegen onverlicht fietsen, tegen schots en scheef parkeren (door het propageren van goede en ruime stallingen) en tegen ondeugdelijke rijwielen zoals die zonder bel. De Fietsersbond ondersteunt waar gewenst de politie om wetsovertredingen aan te pakken.Waar wij het als fietsers met de schrijver oneens zi

Laatste wijziging op: 17-05-2008 23:09