Home | Actueel | Gastenboek | GPS Fietsroutes | Volgende vergaderingen | Knelpunten | Links | Pluim ! | Artikelen Nieuwsbode | Malle Fratsen | Stekels | Gemiste kansen | Bordelogie | Inspraakreacties | Archief 1 | Archief 2 | Archief 3 | Archief 4 | Archief 5

 

Archief Nieuwsbode-artikelen 2

 

Afscheid                                           Nieuwsbode 11 12 01

 

Dit is mijn laatste stukje voor deze rubriek en ik ben een beetje droef. Ik had mij voorgenomen in dit stukje terug te blikken op 16 jarig vrijwilligerswerk voor de Fietsersbond en met een zeker positief verhaal af te sluiten. Per slot van rekening wil je toch het gevoel hebben je tijd nuttig te hebben besteed en iets voor de Zeister fiets-samenleving te hebben betekend. Lees ik evenwel - net nu ik achter de computer kruip -, in de Nieuwsbode van 6 december dat Zeist opvallend onveilig is voor fietsers. Zo blijkt uit een verkeersonderzoek van de Provincie Utrecht. Met name twee “black spots” Krakelingeweg/ Woudenbergseweg en Utrechtseweg/ Van Reenenweg scoren hoog.

Ik kan daar overigens helaas moeiteloos nog een aantal aan toevoegen. Ik noem er  een: het oversteekpunt Utrechtseweg  in de bocht met de Waterigeweg dat al twee jaar geleden in de top tien van de meest gevaarlijke oversteekpunten van de provincie Utrecht stond.

Heb ik dan niets bereikt, is alle moeite (en heel veel uren) dan voor de kat zijn viool geweest?

In die 16 jaar is de auto in zijn actieve en passieve rol (rijden en parkeren) in Zeist steeds bepalender geworden. De gemeente heeft wel pogingen gedaan om te reguleren, - parkeerautomaten, 30 km. zones, buurtcirculaties etc. – maar wezenlijk heeft het niet geholpen. De gemeente heeft met het aanvaarden van het nieuwe gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (en vooral het laten vervallen van het oude Verkeers Circulatie Plan) een stap in de goede richting gezet, maar ik moet nog zien wat de werkelijke effecten zullen zijn. De mens denkt auto en niet fiets.

Als ik het zou toelaten, zou ik depri kunnen worden. Maar dat laat ik niet toe. Ik tel mijn zegeningen: ik heb – via het onderwerp fiets – naar de samenleving gekeken en daar veel van geleerd. Ik heb gezien hoe de huidige plaatselijke politiek machteloos is om keuzes te maken, en tegelijkertijd alle keuzen in handen heeft. Ik heb geleerd dat als burgers zich organiseren, zij veel invloed kunnen uitoefenen. Ik heb geleerd in langere termijnen te denken en niet ongeduldig te zijn als het resultaat niet zo snel wordt bereikt. En behalve dat leren heb ik veel interessante mensen ontmoet. En dan doel ik vooral op de gedrevenen, met een heilig vertrouwen in een betere en duurzame samenleving.

Ik leg de pen nu neer, maar het was de moeite waard. Ik ga weer eens verder kijken. Graag tot op de fiets.

 

Siert de Vos, Fietsersbond Zeist

 

 

 

Voorrang langzaam verkeer op rotondes in Zeist                   Nieuwsbode 27 11 01

 

Op de voorpagina van de Nieuwsbode van vorige week dinsdag stond het al: binnenkort krijgt het langzaam verkeer voorrang op de rotondes binnen de bebouwde kom van Zeist. Dit betekent onder meer dat fietsers voorrang hebben op het van een rotonde afslaand autoverkeer. Een langgekoesterde wens van de Fietsersbond Zeist gaat in vervulling. Het is eigenlijk ook ontzettend logisch: als je een rotonde ziet als een opgerold stuk weg ( ook de politie spreekt als zodanig over rotondes in programma’s als Blik op de weg) is het niets anders dan de bekende regel: verkeer dat rechtdoor gaat heeft voorrang op het afslaand verkeer. Let wel: het gaat om de situatie BINNEN de bebouwde kom. Op rotondes buiten de bebouwde kom wordt als regel de omgekeerde voorrangsregeling toegepast.

In het artikel van vorige week wordt vooral ingegaan op rotondes waar fietsverkeer van twee kanten kan komen. In het artikel wordt gezegd dat op de rotondes (bijna) dezelfde regels gelden. Dit “(bijna)’ wekt verwarring en klopt in wezen ook niet. Er gelden straks wel degelijk binnen de bebouwde kom dezelfde voorrangsregels op alle rotondes. Laten we even teruggaan naar het beeld van de rotonde als opgerolde weg. En bezie deze weg nu als een weg met één fietspad met dubbele rijrichting. Binnen Zeist liggen verschillende van deze “tegendraadse”fietspaden, o.a. langs de Dreef, de Koelaan de Krakelingweg en de Laan van Beek en Rooyen. Het is dan ook logisch dat er op de rotondes op deze wegen ook tegendraads gefietst kan worden. Ook op de rechte stukken van deze wegen hebben de tegendraadse fietsers gewoon voorrang op afslaand verkeer. Er is dus op rotondes met fietsers uit twee richtingen geen sprake van een afwijking van de uniforme situatie. Wél is het zo dat daar waar tegendraads gefietst mag worden, of dat nu op een rotonde is of niet, het altijd raadzaam is om extra waarschuwingen aan te brengen. De verandering van de voorrangsregeling staat hier echter volkomen los van. Deze voorrangswijziging is pure winst en een logische stap met betrekking tot de uitvoering van “Duurzaam veilig”. De Fietsersbond hoopt dat andere maatregelen in dit kader snel zullen volgen, bijvoorbeeld wat betreft voorzieningen daar waar hoofdfietsroutes hoofdverkeerswegen kruisen. Want daar schort het behoorlijk aan in Zeist. Een schrijnend voorbeeld hiervan is de levensgevaarlijke oversteek van hoofdfietsroute 1 over de Utrechtseweg, bij de van Reenenweg. Uitgaande van ‘Duurzaam veilig”zou hier eigenlijk een fietstunnel behoren te komen. Maar een eerste stap zou kunnen zijn om het links afslaan voor autoverkeer vanaf de Utrechtseweg te verbieden en het voorsorteervak te vervangen door een vluchtheuvel, zodat fietsers hier veilig kunnen oversteken. Voor de ontsluiting van de wijk is het links afslaan voor auto’s niet nodig, dit kan prima via de Schaerweijdelaan.

Voor deze en andere verbeteringen voor het langzaam verkeer zal de Fietsersbond zich blijven inzetten. En wie weet, het is immers surprisetijd…..

 

Frank Dirkse, Fietsersbond Zeist 

 

 

Eigen schaar is goud waard                          Nieuwsbode 13 11 01


Fietsen is goed voor het milieu. Het milieu, dat is bijvoorbeeld het gemeentegroen in Zeist-West. Maar dat gemeentegroen is niet altijd goed voor de fietser.
Zeist-West is een groene wijk en dat is fijn. Dat groen moet onderhouden worden en dat is niet zo fijn. Onderhoud kost geld en geld heb je altijd te weinig, of je wilt er teveel mee doen.
Ik denk dat de gemeente daarom zoekt naar een manier om het groen onder de duim te houden die niet zoveel kost. Af en toe tot vlak boven de grond afzagen is zo'n manier. Dat is even wat werk en het geeft een hoop rommel, maar dan heb je ook wat: een lekker kaal stuk grond dat je weer jáááren niet hoeft te snoeien.
Of het nu door het broeikaseffect komt of door de vruchtbare grond (iedereen kiepert namelijk zijn tuinafval in die voormalige bosjes) weet ik niet, maar het struikgewas is weer terug van weggeweest. En waar het de snoeiacties niet heeft overleefd is iets anders teruggekomen: brandnetels. Hele hoge brandnetels. Die scheefzakken en over het fietspad gaan hangen. Net als de takken van de bosjes die er nog wel staan. En sommige van die takken hebben behoorlijke dorens.
Ik fietst er elke dag langs, dus het duurt even voor ik me realiseerde dat het groen zo langzamerhand wel erg ver over de weg heen hing. Eigenlijk merkte ik pas dat ik bijna op het midden van het fietspad fietste toen er een tegenligger aankwam die ook niet wilde uitwijken omdat er aan de overkant ook zo'n wildernis was ontstaan.
Gelukkig konden wel elkaar nog zien. Dat is niet vanzelfsprekend, want op sommige plekken belemmert het groen inmiddels behoorlijk het zicht. Gelukkig mogen er geen brommers meer op het fietspad rijden, maar aan de andere kant: die hoorde je tenminste nog aankomen. Er is één kruispunt van fietspaden dat ik altijd heel omzichtig nader, omdat je pas echt ziet dat er iemand aankomt als je al met de voorwielen in elkaar zit.
Vandaar dat ik besloten heb de gemeente een handje te helpen met het groenonderhoud. Ik neem tegenwoordig niet alleen stoffer en blik mee (vanwege het vele glas op de weg) maar stop ook een kleine snoeischaar in mijn jaszak. Knipperdeknip, weg overhangende tak!
Misschien houdt de gemeente zo wat geld over om weer eens iets aan al die boomwortels te doen, die zo geniepig onder het asfalt blijven doorkruipen en dikke bubbels en barsten in het wegdek veroorzaken. En op de stoep schijnt dat nog veel erger te zijn. Anders zouden al die ouders met hun kinderwagens en die ouderen met hun rollators toch niet zo hardnekkig over het fietspad blijven lopen?

Liesbeth Jongkind, Fietsersbond Zeist

 

 

 

Fietsverlichting                                         Nieuwsbode 30 10 01

 

De donkere dagen gaan weer beginnen. Vandaag een onderwerp waarbij we onze wijsvinger eens niet richten op de automobilist maar op onszelf, de fietser. Want de verlichting is een van de zwakste schakels van zowel de techniek van de fiets als aan de mentaliteit van de fietser. En altijd al geweest. Want hoewel de moderne techniek en vormgeving voortschrijden, met de verlichting is het nog altijd droevig gesteld. Het verschil met vroeger is misschien dat je tegenwoordig halogeenlampen hebt en van die zenuwlampjes op batterijen, maar nog altijd is het uitvalrisico van de fietsverlichting vele malen hoger dan bij de brommer of de auto. De fietsenmaker zegt dan dat de meeste mensen er niet meer geld voor over hebben, en dat het onderhouden van de fiets door de eigenaar te wensen overlaat. Misschien heeft hij gelijk, maar het is toch wel tekenend dat fietsen toch steeds duurder worden (en ook gekocht worden) en dat er in de loop der jaren zoveel verlichtingsystemen de revue hebben gepasseerd. De aandacht is er dus wel. Maar ondertussen blijft het nog altijd hopeloos freubelen met draadjes, pinnetjes, schroefjes en rubbertjes. Een suggestie binnen eigen kring: de afdeling De Bilt van de Fietsersbond organiseert al jaren rond deze tijd een gratis verlichtingactie bij het Rijwielpaleis in de Kwinkelier. Iedereen kan komen voor gratis reparatie, alleen de onderdelen moeten worden afgerekend.

Maar het probleem ligt natuurlijk niet alleen aan de techniek. De fietsers, wij dus, lappen sinds mensenheugenis de verlichtingsregels aan onze laars (was het vroeger echt net zo beroerd als nu  – welke lezer wil eens reageren?). Ik zie in de regel al gauw een op de twee fietsen zonder licht. Dat is binnen de bebouwde kom best link, want je ziet de fietser soms echt niet. Terwijl je aan het rijgedrag kunt zien dat die veronderstelt dat iedereen hem of haar wel ziet. Ronduit levensgevaarlijk is onverlicht fietsen buiten de bebouwde kom. Zowel op het fietspad als op de weg. Soms zie je zomaar uit het donker een fietser opduiken. Door fietsers onderling valt nog wel op tijd te reageren. Maar op de autoweg, vooral in bosrijke omgeving, is het echt bloedlink. Zonder te generaliseren zijn het vaak scholieren die niet verlicht zijn, zowel ‘s ochtends als ’s avonds. En als ze nou in colonne fietsen zit er allicht een bij met een lampje. Maar met een of twee onverlichte fietsen is het gewoon wachten tot er iets heel ernstigs gebeurt. Fietser wees dus gewaarschuwd!

 

Peter Leermakers, Fietsersbond Zeist

 

 

 

Blij dat ik rij                                     Nieuwsbode 16 10 01

 

Enkele maanden geleden liet ik mij in een bijeenkomst van een gemeentelijke adviesgroep ontvallen, dat wij ons wel erg afhankelijk hebben gemaakt van de auto. Dat betekent, dat we als samenleving erg kwetsbaar zijn. Daarbij dacht ik aan een nieuwe oliecrisis of een ernstig energietekort op lange termijn.

Ik moest er weer aan terugdenken, toen het plotseling oorlog leek bij de tunnels bij Amsterdam en in het Rijnmondgebied. Je moet er niet aan denken, dat die tunnels inderdaad vernietigd zouden worden. Het verkeer zou in economisch belangrijke delen van Nederland vastlopen. De economie, maar eigenlijk het hele maatschappelijk leven zou ernstig geschaad worden.

Veertig jaar geleden was dat heel anders. Elke grote stad had een groenteveiling, waar de tuinders uit de omgeving hun groente naar toe brachten en zo was er een melkfabriek en er waren diverse groothandels. Nu worden goederen vanuit één punt in Nederland of zelfs de Benelux naar de winkels vervoerd. Kleine ziekenhuizen zijn verdwenen. Soms moeten mensen tientallen kilometers afleggen om op ziekenbezoek te gaan. MBO- en HBO-scholen zijn samengevoegd tot reusachtige instellingen en leerlingen/studenten moeten in overvolle studentensteden een kamer zien te vinden of dagelijks grote afstanden afleggen van huis naar school. Velen hebben er voor gekozen op soms meer dan honderd kilometer van hun werk te gaan of te blijven wonen. Is het wonder, dat er dagelijks tientallen kilometers file ontstaan, waardoor de economie jaarlijks miljarden guldens schade lijdt.

Daarom ben ik maar blij, dat ik lopend naar de winkels voor de dagelijkse levensbehoeften kan en op de fiets naar Zeist of Utrecht voor andere zaken. Ik kan mijn eigen baas blijven ook als het autosysteem uitvalt. Op mijn fiets ben ik blij dat ik rij!

 

John Jorna, Fietsersbond Afdeling Zeist Bunnik

 

 

 

Onderhoud(end)                                            Nieuwsbode 02 10 01

 

Aanleiding voor dit artikel waren de telefoontjes van bezorgde lezers, die zich afvroegen of er in de gemeente onderhoudsprogramma’s waren. Veel van deze telefoontjes betroffen het overlopen van de vijver van Pavia, die dient als overstort voor een rioolstelsel dat niet is ingericht op de verwerking van veel regenwater of de verdubbelde aanvoer van afvalwater, vanwege de groei van het aantal aansluitingen en het toegenomen watergebruik per huishouding, dan waarvoor het stelsel vroeger , in het begin van de tweede helft van de vorige eeuw, is aangelegd.

Andere klachten maken melding van grote plassen op fietsstroken en paden juist daar waar straatkolken zitten om het regenwater af te voeren. Hier wordt nog beter zichtbaar of de gemeente politieke munt ziet in kwaliteit van de woonomgeving en goed functioneren van zaken, die niet direct zichtbaar zijn zoals ondergrondse leidingen en riolering. De Fietsersbond constateert, dat de gemeente niet echt een systeem hanteert.

Van  een wijkonderhoudsinspecteur vernam ik laatst dat versoberen in de wijk regel is. Dat werkt ergernis bij bewoners en verloedering van de buurt in de hand. Verder mist men de sociale controle, die uitgaat van groenwerkers in het plantsoen. Een razende racemaaier van de ingehuurde firma wekt slechts agressie op!

Dat doen ook verstopte straatkolken en een stinkende Paviavijver. Welke partij gaat voor kwaliteit in het onderhoud en brengt het grind terug op de voetpaden in de wijken, het asfalt terug op het fietspad na een graafklus? Waarschijnlijk kan het onderhoud nog wel goedkoper als de regelmaat terugkeert en groot onderhoud niet achterstallig wordt, zoals met het gemeentehuis is gebeurd!

De Fietsersbond  roept de Zeistenaren op het achterstallig onderhoud, verstopte straatkolken enz. te melden bij de gemeente, niet op het klachtennummer, maar direct bij de wethouder en/of raadsleden. De wethouders kunnen bereikt worden via het algemene nummer van het gemeentehuis: 6987911; laat u vervolgens doorverbinden.

Adressen van raadsleden  kunt u o.a. vinden in de gemeentegids van Zeist die elk jaar huis-aan-huis verspreid wordt.

 

Een schoon en opgeruimd Zeist zal meer bezoekers trekken dan het vlagvertoon op de invalswegen. Dat lijkt meer een vlag op een modderschuit!!

 

Frans Balfoort, Fietsersbond Zeist

 

 

Open brief aan Charlotte de Vos (17 jaar)                Nieuwsbode 18 09 01

 

Beste Charlotte,

Wat goed van jou dat je een bijdrage hebt geschreven in de Fietsersbondrubriek van 4 september. Je vader is met vakantie schreef je, en daarom heb jij die taak van hem overgenomen. Misschien waren er meer mensen met vakantie, die jou bijdrage niet hebben kunnen lezen. Daarom zal ik nog even in het kort weergeven wat jij van fietsen vindt: Superuitvinding, goed voor je conditie, gemakkelijk, geen parkeerproblemen, je ziet nog eens wat, milieubewust, onthaaster, goed voor ontspanning en gezondheid. Je noemt ook een nadeel: zadelpijn. Tja… wie fietst kan zadelpijn krijgen, wie wandelt blaren en wie in de auto zit mist alle leuke dingen van fietsen en wandelen, dus…  Nu je vader er toch niet is kunnen we het best eens over hem hebben. Je vader is namelijk op een aantal gebieden zeer actief voor een leefbaar Zeist. Daarmee bedoel ik niet de politieke partij met die naam, maar een plaats waar het goed is om te wonen en te verblijven. Nu ben ik een paar jaartjes ouder dan jij (van voor de oorlog) en ik heb nog meegemaakt wat leefbaarheid in de praktijk betekent, zowel in een klein dorp als in een plaats als Zeist: Kinderen die op straat fietsen, tollen, hoepelen of putje-bal spelen; volwassenen en  kinderen die lopend of op de fiets naar hun werk of naar school gaan en rond het middaguur gezellig thuis komen eten (zelf moest ik drie kwartier naar school lopen, dat was dus in totaal drie uur per dag); geen lawaai van auto’s en brommers, geen onveilige situaties voor fietsende kinderen, geen aantasting van de natuur, enzovoort. Nu zal je zelf misschien zeggen (net als mijn kleinkinderen): “Daar heb je opa weer over vroeger!” Toch denk ik dat jouw vader graag weer iets van die oude sfeer terug zou willen hebben. Daarvoor is hij erg actief, niet alleen in de Fietsersbond, maar ook in de Verkeersgroep, in het Dalwegcomité en bij diverse inspraak- en samenspraakprocedures van de gemeente Zeist. We zeggen wel eens voor de grap in het Dalwegcomité: “Siert is onze ideoloog”. Nu weet je vader ook wel dat je de tijd niet terug kunt draaien. Auto’s, scooters en brommers zijn er nu eenmaal en dat is op zich goed. Maar het gemotoriseerde verkeer is door de groei van de welvaart wel erg dominant geworden. Mat alle nare gevolgen voor de leefbaarheid en de veiligheid. Veel woonwijken zijn al heel lang geleden aangelegd en eigenlijk niet geschikt voor gemotoriseerd verkeer. Daarom is het goed dat het gemeentebestuur een Verkeers- en Vervoerplan (GVVP) heeft opgesteld. Dit plan geeft een hoofdverkeersstructuur aan voor het doorgaand gemotoriseerd verkeer, een fietspadennet en woon- en verblijfsgebieden waar 30 km per uur geldt. Om dit plan uit te voeren zijn er ruim honderd grote en kleine projecten gepland.  Dit kan natuurlijk niet allemaal tegelijk worden uitgevoerd. Daarom is er een prioriteitenlijst opgesteld die in negen jaar moet worden afgewerkt. Jouw woonwijk Valckenbosch staat hoog op die lijst Een belangrijke reden hiervoor is de verkeersveiligheid, maar ook bijvoorbeeld omdat de Dalweg eigenlijk ongeschikt is voor doorgaand gemotoriseerd verkeer. Jouw vader zal de komende jaren dus wel weer erg druk zijn met alle inspraakprocedures. Vergeet niet de groeten te doen aan je vader op Vlieland. Dag !

 

Hans Goossens, Fietsersbond Zeist.

 

 

 

Het artikel van 04 09 01 ontbreekt helaas….

 

 

 

Het nationaal fietslabyrint                               Nieuwsbode 07 08 01

 

Je zal maar niet bekend zijn in de omgeving hier en op de fiets bij het Geroplein Zeist binnenkomen en naar Utrecht willen…Nadat je in het centrum van Zeist wat hebt gedronken of een welverdiend ijsje hebt gegeten. Dan kom je dus bij het Geroplein tien plaatsnamen op de ANWB-fietsbordjes tegen, maar gek genoeg géén Utrecht. Maar goed we gingen eerst het centrum in, dus bordje gevolgd. Als je werkelijk de richting in gaat die het bordje aangeeft kom je op de Bergweg (en u weet als Zeistenaar dat als je deze volgt en maar consequent rechtdoor blijft gaan, je uiteindelijk in Zeist West op de Weteringlaan uitkomt). Maar als je het geluk hebt dat je via een rare dubbele slinger op de Boulevard bent aanbeland peddel je richting centrum. Een bordje halverwege de Boulevard geeft dit ook aan. Maar bij de rotonde bij het busstation staan geen fietsbordjes meer,  wel een groot bord “centrum” rechtsaf.

Dan dit maar gevolgd. Je komt in een brede straat met flats aan beide zijden, zou dit het centrum zijn ? Het lijkt wel een buitenwijk…Verder ontbreken aanduidingen, er staat een woud van bordjes voor een veelheid aan parkeergarages en tijdens de zoektocht naar het centrum kom je zowaar vier maal een richtingbord “Zeister mannenkoor” tegen binnen een straal van honderd meter. Dat moet toch wel een attractie van wereldformaat zijn dat ze de bewegwijzering hiernaar zo geperfectioneerd hebben. En maar zoeken naar aanduidingen naar centrum, Utrecht, VVV (dat zou handig zijn daar kunnen ze je wel de weg wijzen, maar in heel Zeist geen bordje richting VVV te bekennen).

O ja, borden naar Utrecht kom je zat tegen: op praktisch elke straathoek, bij elke uitrit van een parkeerterrein of -garage staat een bord dat de richting aangeeft voor de snelweg naar Utrecht, Amersfoort en Arnhem. Ik wil helemaal niet naar de snelweg! Maar ik wil hier wel snel weg! Wat is dit voor een raar oord? Je wordt keurig -nou ja keurig?- Zeist ingeloodst, maar je mag er als fietser blijkbaar niet meer uit! Nergens staan fietsbordjes. Vreemdeling, u zoekt het maar uit, kom vorstelijk winkelen, maar zie maar hoe u daarna de weg vindt.

En dan viel deze route nog mee; het centrum werd zowaar bereikt. Maar als je vanaf de Panweg binnenkomt houden de bordjes “centrum” na de Dreef op en als je dan de doorgaande weg blijft volgen, draai je de Scharwijdelaan op en kom je uiteindelijk in Zeist-West terecht. Kortom het is hopeloos gesteld met de bewegwijzering voor fietsers in Zeist. Dit in schril contrast met de hoeveelheid bordjes richting snelweg. Bij het meest onaanzienlijke parkeerterreintje staat er al een, en dertig meter verder nog een, en nog een, en nog een.

Bewegwijzering is vooral bedoeld voor mensen die de weg niet kennen. Mensen van buiten Zeist dus. Die zitten niet te wachten op aanduidingen naar het Zeister mannenkoor of de Sleutelgroep, maar op duidelijke richtingaanwijzers met relevante informatie en op plaatsen waar je dit mag verwachten. Maar blijkbaar denkt men in Zeist dat de enige bezoekers vanaf de snelweg komen en zijn kosten noch moeite gespaard om er voor te zorgen dat men de weg naar de snelweg toch vooral terug kan vinden. En fietsers? Ach, het staat nu eenmaal goed in je verkiezingsprogramma of in het GVVP om te stellen dat deze groep verkeersdeelnemers prioriteit hebben, maar dat wil nog helemaal niet zeggen dat je daarom ook voor passende voorzieningen, waaronder bewegwijzering, moet zorgen…..

 

Frank Dirkse, Fietsersbond Zeist  

 

 

 

 

Passanten                                                         Nieuwsbode 24 07 01

Voor me fietst een jongetje van een jaar of acht. Net als ik hem passeer, mijn voorwiel is al half naast zijn achterwiel, slaat hij plotseling linksaf. Zonder zijn hand uit te steken en zonder om te kijken. Ik knijp zo hard in mijn remmen dat ik bijna over de kop vlieg en het lukt me om op tijd stil te staan, zonder het achterwiel van het jongetje ook maar te raken. “Sukkel!” roep ik. Ergere scheldwoorden willen me nooit te binnen schieten als ik ze nodig heb. Hij kijkt verbaasd om, zich van geen kwaad bewust.
Ik fiets over de Bisschopsweg, langs bos, weilanden, boomkwekerijen. Achter me, schettert muziek. Het geluid komt steeds dichterbij. Ik ga harder fietsen, maar kennelijk nog niet hard genoeg. De muziek blijft me achtervolgen. Dan maar langzamer. Na een poosje wordt ik ingehaald door een sportieve vijftiger met een radiootje aan zijn stuur. Gelukkig fietst hij flink door.
Twee dames komen elkaar tegen, de een is lopend, de ander op de fiets. De fietsende stapt af voor een praatje en blijft daarbij met haar fiets aan de hand op het fietspad staan. Ze heeft geen oog voor de mensen die om haar heen manoeuvreren. Zo staat ze vast ook altijd stil bovenaan de roltrap, om rustig om zich heen te kunnen kijken welke kant ze nu eens op zal lopen, terwijl de mensen achter haar geen kant op kunnen en alle moeite moeten doen om niet tegen haar op te botsen.
Twee mannen lopen op de stoep. De ene man heeft een hond aan een riem bij zich. de riem is lang genoeg voor de hond om op het fietspad te kunnen gaan lopen als hij daar zin in heeft. De hond krijgt daar plotseling zin in. Net als ik aan kom fietsen springt hij van de stoep af, voor mijn wiel. “Op de stoep!” brul ik geschrokken. De man roept iets heel onaardigs terug. Het zal je baas maar wezen.
“Okee, dan zie ik je vanavond wel” hoor ik plotseling een stem zeggen. Ik kijk over mijn schouder. Ik wordt gepasseerd door een fietser die ik helemaal niet ken. Vanavond? Waar heeft-ie het over? Dan zie ik het dopje in zijn oor en het snoertje naar zijn borstzak. Handsfree telefoneren kan nu ook al op de fiets.

Liesbeth Jongkind, Fietsersbond Zeist

 

 

Fietsers en de spoorlijn Utrecht - Arnhem                   Nieuwsbode 10 07 01

 

Moet een fietser blij zijn met het standpunt van de minister: de spoorlijn voorlopig niet verbreden, maar beter benutten? Bij mij overheerst de teleurstelling. Er is minder aantasting van het landschap, waar toch al steeds meer ruimte voor verkeer in beslag wordt genomen. Er zal minder geld worden uitgegeven, maar ik heb niet de illusie dat de minister dat geld aan het langzaam verkeer zal besteden.

De spoorlijn blijft een barrière voor het verkeer. Voorlopig zullen er alleen langere treinen en meer dubbeldekkers gaan rijden en niet meer treinen. De spoorbomen zullen enkele seconden langer dicht zijn. Maar ze zijn vooral bij stations al zo lang dicht. Er komen dus ongelijkvloerse kruisingen. Vaak zal gekozen worden voor een tunnel onder het spoor. In Bunnik zouden er twee moeten komen. Op de eerste plaats aan de westkant bij het station, zodat het doorgaande verkeer naar De Uithof en Oost-Utrecht niet meer door het dorp hoeft te rijden. Daarnaast in de Schoudermantel-Stationsweg. Daar zou minstens een tunnel voor fietsers en voetgangers moeten komen. Tussen Bunnik en Driebergen-Zeist blijft de spoorlijn de barrière, die hij al 151 jaar is.

De situatie bij station Driebergen-Zeist is zeer gecompliceerd. De gemeentes Zeist en Driebergen willen hier de spoorlijn verhogen. Dat vraagt een zeer lange aanloop, is dus kostbaar en zorgt voor aantasting van de landgoederen aan de west- en oostzijde. Tunnels in de Odijkerweg en de Hoofdstraat leveren het probleem op, dat de woningen en gebouwen naast de tunnel niet meer bereikbaar zijn. Er zal daar veel afgebroken moeten worden, wil het station goed bereikbaar blijven. In het Bunnikse kijken we met belangstelling toe hoe men zich in de nesten werkt en we denken daarbij, dat de verschoven G-variant heel wat minder problemen zou hebben opgeleverd.

Voor fietsers en voetgangers zijn al die tunnels sociaal onveilig. Goede verlichting en camerabeveiliging kunnen daar iets aan doen. Dat geeft ook minder vandalisme.

Een enorm nadeel is, dat een frequent Randstadspoor met veel stations bij de woon- en werkgebieden onmogelijk wordt. Lekker met je fietsje naar het station en met Randstadspoor naar kantoor in Lunetten of naar school aan de Vondellaan in Utrecht; dat kun je wel vergeten. Als er meer treinen gaan rijden, stoppen die nog maar op enkele tussenliggende stations. Van Maarn naar je werk of je opleiding in Bunnik wordt een probleem. Je moet dan uitstappen in Driebergen-Zeist, wachten en overstappen op een trein, die wel in Bunnik stopt.

Zijn we blij met het standpunt van de minister? Wel nee. Misschien dat de Tweede Kamer de minister op het rechte spoor brengt. Anders ben ik bang, dat de Haagse politiek pas actief wordt als het verkeer in Midden-Nederland volkomen vast zit.

 

Fietsersbond Afdeling Zeist-Bunnik    John Jorna

 

 

   De witte woerd                                    Nieuwsbode 26 06 01

Zeist is gebouwd op de grens van de heuvelrug en het stroomgebied van de Kromme Rijn.

De bouw van nieuwe wijken vanaf het begin van de vorige eeuw betekende ook vaak een fraaie inrichting van de openbare ruimte en de aanleg van groenstroken, parken met vijverpartijen. Met name in de vooroorlogse wijken zijn de parken met vijvers een belangrijk rustpunt voor de sportvisser en menig watervogelsoort.

In de huidige harde wereld zijn zulke rustpunten een verademing voor vermoeide en gestresste deelnemers aan onze welvaartsmaatschappij en noodzakelijk voor het voortbestaan van het contact van de mens met flora en fauna.

Edoch onze jacht naar meer welvaart eist tijd en wij spoeden ons dan ook van hot naar her. Ook  kriskras door Zeist op jacht naar tijdwinst en……. meer verkeersslachtoffers!

Links en rechts, op en langs de Zeister wegen en ook elders natuurlijk zie je de slachtoffers liggen, platgereden door razende jakkeraars met de blik op de klok en slechts gericht op de bestemming.

Gaat u ook altijd ‘op tijd’ of net te laat weg. Dan gunt u zich misschien ook geen tijd voor een ‘toevallige’ ontmoeting met eenden, overstekend van de ene naar de andere waterpartij en uw weg kruisend.

“Ik stop voor dieren” luidt een bekende stickertekst op de achterruit van een auto.

Soms vinden wij dat maar lastig: overstekend wild, jonge eenden, laag vliegende merels, in de schemer scharrelende egels, huisdieren als kat en hond en vaak zijn dieren onvoorzichtig. Zij kunnen niet lezen ! U wel ?

Zijn wij als bestuurder van een gevaarlijk projectiel eigenlijk niet voortdurend onvoorzichtig?

Politiecontroles zijn niet overbodig en laten zien dat wij het met de regels en de omgeving niet zo nauw nemen, ondanks borden met “ nadering school, overstekende kinderen, overstekende eenden of wild”. Wij razen voort op weg naar weer een dodelijk verkeersslachtoffer.

Dit voorjaar zijn op de Oranje Nassaulaan zeven volwassen eenden platgereden, vaak aan flarden gereten door onbesuisd hard rijden en misschien wel de onwil om vaart te minderen. Spaart niet alléén kinderen, maar ook onze medebuurtbewoners: egels, eenden en reeën.      Op aanvraag van buurtbewoners plaatst de gemeente borden, maar zelfs dan is respect voor het leven van anderen, mens en dier vaak ver te zoeken en raast men door zonder zicht of met oogkleppen voor. Elk voertuig kan een moordwerktuig worden in de handen van bestuurders die lijden aan bewustzijnsvernauwing zodra zij achter het stuur kruipen.

Er is meer “leven” dan het lawaai van de automotor, de CD-speler, gsm-telefoon en het knarsetanden van u als bestuurder, als u weer te laat van huis bent gegaan en de sluiproute vol staat!

Parken, bossen en vijverpartijen verhogen de leefbaarheid en het welzijn van de bewoners in de wijk. Doorgaande wegen echter niet. En al helemaal niet als onbesuisde bestuurders na een aanrijding de slachtoffers aan hun lot overlaten!

Ik stop voor dieren, heb respect voor de natuur en ben mij bewust van mijn leefomgeving.     U ook?

De witte woerd kan het niet meer navertellen. Uw kind (nog) wel?

De overheid zou voorrang moeten geven aan alles wat leeft en zich op eigen kracht voortbeweegt en niet alleen aan “verkeer” van rechts!!

 

Wilt u meer weten over dit of andere “verkeers” onderwerpen ?

Belt u dan naar de Fietsersbond, Frans Balfoort: 030-6922227

Per post: Antwoordnummer 7011, 3700 TA  Zeist

E-mail kan ook: zeist@fietsersbond.nl

                    

                                              

Heer in het verkeer                                                        Nieuwsbode 12 06 01

 

“Automobilisten houden geen rekening met fietsers en voetgangers; hun mentaliteit is die van het recht van de sterkste. Fietsers gedragen zich onverantwoordelijk in het verkeer, geven geen richting aan, blijven met zijn tweeën of drieën naast elkaar fietsen en rijden zonder achterlicht”

Deze discussie werd enige tijd geleden in deze krant gevoerd. Uit ingezonden stukken in de Kampioen van de ANWB blijkt dat ook buiten Zeist dit een gevoelig onderwerp is.           Natuurlijk is de eerste alinea van dit artikel een zwart-wit redenering. In de praktijk blijkt dat het merendeel van de automobilisten en fietsers zich keurig en fatsoenlijk in het verkeer gedraagt. “Een heer in het verkeer” luidt een oud gezegde (overigens met respect voor alle dames die zich ook als “heer”gedragen. De enkeling echter, die zich niet weet te gedragen roept de grootste irritatie op, met het risico dat we alle automobilisten respectievelijk fietsers over één kam scheren. Eigenlijk is dat gek, want velen van ons zijn de ene keer automobilist en dan weer fietser of voetganger. Ik ervaar dat zelf. Als automobilist wil je je snel en ongehinderd kunnen verplaatsen. Verkeerslichten, drempels, langzame fietsers etc. zijn hinderlijke dingen. Een auto is gemaakt om snel te kunnen doorrijden. Daarvoor zijn autobanen gemaakt. Een bebouwde kom, zeker oudere dorps- of stadscentra van voor 1950, zijn daar niet voor gemaakt en zijn dus een constante frustratie voor wat een auto kan.  

Als fietser en voetganger wil je je rustig en veilig kunnen verplaatsen. Voor 1950 verplaatste het merendeel van de verkeersdeelnemers zich te voet, per fiets, per openbaar vervoer en soms per rijtuig: Geen van alle middelen van vervoer die geschikt zijn voor hoge snelheden (behalve de trein). De straten in de bebouwde kom en de landwegen daarbuiten zijn van oudsher aan deze vormen van verplaatsing aangepast en niet aan het pas sinds 1950 sterk toegenomen gemotoriseerd verkeer. Omgekeerd zou een fietser zich ook niet thuis voelen op een autobaan; hij zou er een levensgevaarlijk object zijn. Waar het dus om gaat is dat we als verkeersdeelnemers rekening met elkaar moeten houden en begrip moeten hebben voor degenen die zich op een andere manier verplaatsen dan wijzelf. Als automobilist moet je je  realiseren dat veel straten en wegen eigenlijk ongeschikt zijn voor gemotoriseerd verkeer, daar niet voor zijn gemaakt en daardoor per definitie een constante hindernis en frustratie vormen voor de mogelijkheid die de auto in zijn aard heeft. Door uiting te geven aan je frustratie (door te snijden, te hard te rijden en plotseling te remmen) roep je onnodige irritatie op bij fietsers. Als fietser moet je je realiseren dat je de (toch al gefrustreerde) automobilist niet nog eens extra moet irriteren door onbehoorlijk gedrag, zoals in de aanhef van dit artikel is beschreven. Kortom: “Zowel dame als heer, wees een heer in het verkeer”.

 

Hans Goossens, Fietsersbond Zeist

 

 

Open brief aan de wethouder van Verkeer:                                         Nieuwsbode 29 05 01

                         De heer G. van Brenk

 

Geachte heer Van Brenk,                                                                         Zeist, mei 2001

 

Aangezien het kennelijk bij de gemeenteraad geen gewoonte is na afloop van een belangrijk debat en besluit de voornaamste betrokkenen te feliciteren met het resultaat, doe ik dat langs deze weg. Ik heb al eerder gezegd en dat herhaal ik graag, dat u in korte tijd meer hebt bereikt op het verkeersterrein dan verschillende van uw voorgangers in een veel langere periode.

Dat verdient waardering en respect. Het was ook heel boeiend om te zien hoe de plaatselijke democratie werkt, alhoewel ik als buitenstaander toch nooit helemaal achter de schermen kan kijken en dus geen compleet beeld heb van wat zich precies afspeelde tussen de verschillende partijen.

Ik kan me voorstellen dat u tevreden bent met de uitkomst. De tegenstellingen waren – zeker in het begin – fors en het onderwerp Verkeer gaat - hoe merkwaardig ook -, altijd met veel gevoel en emoties bij derden gepaard. U hebt zich er uitstekend doorheen geslagen. Naar gelang de manier van kijken, stemt het resultaat tot tevredenheid of juist niet. Voor mezelf geldt vooral dat hiermee een boek is dichtgedaan (het Verkeers Circulatie Plan uit 1987), dat vanaf de opstelling ervan al omstreden was. En dat vind ik pure winst. Als je het nu vastgestelde plan langs de meetlat van de Verkeersgroep legt, is het behaalde resultaat evenwel nog maar pover. U zei er indirect in het raadsdebat nog wat over. U vond sommige idealen (spelende kinderen op straat) – en dat zijn ideaalbeelden van de Verkeersgroep - niet realistisch. Daarin heeft u volkomen gelijk. Toch zijn het juist dat soort ideaalbeelden die de grondslag hebben gegeven aan belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen in de 19de en 20ste eeuw. En juist politici behoren te dromen, hun visioen te benoemen en op basis daarvan beleid te ontwikkelen. Als niet politici, maar wel gedreven Zeisternaren blijven de leden van de Verkeersgroep dromen van spelende kinderen, rust, ruimte en stilte en een vervoersfilosofie die uitgaat van duurzaamheid en de kwetsbaarste verkeersdeelnemers. 

Als Verkeersgroep zullen we de komende jaren ons met nieuwe energie richten op de uitwerking ervan (op weg naar compartimentering!) en diverse flankerende maatregelen.

Ik hoop dus dat de gemeente en de Verkeersgroep elkaar op dit vlak nog vaak zullen treffen. Niet tegenover elkaar, maar met elkaar. Dan komt het op het gebied van Verkeer in Zeist, vast wel goed.

 

Hartelijke groet,

Siert de Vos,

Voorzitter van de Fietsersbond Zeist en voorlopig voorzitter van de Verkeersgroep

 

Knelpunten rond voorrang van rechts                                   Nieuwsbode 15 05 01

Sinds twee weken hebben fietsers, bromfietsers, (paard en) wagens, invalidenvoertuigen,  ruiters (en als je de oubollige overheidsspotjes moet geloven ook vreemde blauwe kabouters), weer voorrang van rechts op gelijkwaardige kruisingen. De regel “snelverkeer gaat vóór langzaam verkeer” is hiermee dus vervallen.

Het kan niet genoeg benadrukt worden dat de hernieuwde verkeersregel NIET geldt voor skaters, steppers en rolstoelers (en natuurlijk ook niet voor voetgangers), deze worden door de wet niet als bestuurders beschouwd.

Uitgebreide informatie over de nieuwe regeling kunt u op het internet vinden op www.geefhetdoor.nl .

Zo’n nieuwe regeling gaat altijd gepaard met kinderziektes. Wat deze betreft, hebben we te maken met een gewoontepatroon dat er in zo’n 60 jaar is ingesleten. Het zal dus nog wel even duren voordat deze gewoonte er weer uit gesleten zal zijn. Daarnaast kan het zo zijn dat een verkeerssituatie niet goed ingericht blijkt te zijn op de nieuwe regeling. Zo kunnen bijvoorbeeld aansluitende verharde fietspaden slecht zichtbaar zijn voor van links komend (auto-)verkeer, dat was voorheen ook niet zo nodig omdat de fietser toch geacht werd voorrang te verlenen. Maar er zijn ook tal van andere voorbeelden denkbaar waarbij aanpassingen, bijvoorbeeld op of rond kruispunten, wenselijk zijn om de veiligheid voor met name het langzaam verkeer te waarborgen in de nieuwe situatie.          

De wegbeheerders moesten er zorg voor dragen dat noodzakelijke aanpassingen tijdig, dus vóór de invoering van de maatregel op 1 mei j.l., verwezenlijkt waren. Net als de ANWB is de Fietsersbond bezorgd of dit wel overal gebeurd is. Een deel van de onveilige situaties zal ook pas aan het licht gekomen zijn nu de nieuwe regel daadwerkelijk van kracht is.

De Fietsersbond in Zeist wil graag van u weten of u in de dagelijkse praktijk situaties tegenkomt die u als gevaarlijk(er) ervaart en die wellicht om aanpassing vragen, in wat voor vorm dan ook. Of u nu fietst of auto rijdt, het maakt niet uit, het gaat hier om de algehele verkeersveiligheid.

Mocht u binnen de gemeente Zeist zo’n situatie kennen, meldt het ons dan via één van de onderstaande adressen. Graag met suggesties voor mogelijke aanpassingen, verbeteringen, waarschuwingsborden etc. Wij zullen er dan zorg voor dragen dat uw reactie bij de betrokken wegbeheerder (veelal de gemeente) terecht komt. 

 

Frank Dirkse, Fietsersbond Zeist

 

Laatste wijziging op: 17-05-2008 23:03